Onafhankelijk naslagwerkEditie 2026 · Nederland
Toeslagenaanvraag

Huurtoeslag · Zorgtoeslag · Kinderopvangtoeslag · Kindgebonden budget

Naslag

Begrippenlijst: toeslagen van A tot Z

Een beknopte uitleg van de begrippen die het vaakst voorkomen in de regels rond de toeslagen, op alfabetische volgorde geordend.

Laatst bijgewerkt: 3 juni 20265 min leestijd
Begrippenlijst: toeslagen van A tot Z

De regels rond toeslagen kennen veel vaste begrippen. Hieronder een beknopte uitleg van de meest voorkomende termen.

Begrippen A–K

Basishuur — Het deel van de huur dat altijd voor eigen rekening komt. Over het deel van de rekenhuur boven de basishuur wordt de huurtoeslag berekend.

Box 3 — Het deel van de inkomstenbelasting waarin vermogen, zoals spaargeld en beleggingen, wordt belast. Het vermogen in box 3 is bepalend voor de vermogenstoets.

Definitieve berekening — De afrekening na afloop van het kalenderjaar, op basis van het werkelijke toetsingsinkomen. Hiermee staat vast of het voorschot juist was, te hoog of te laag.

DigiD — Het inlogmiddel waarmee veilig wordt ingelogd op Mijn toeslagen en andere overheidsdiensten.

Drempelinkomen — Het inkomen tot waar een toeslag het maximale bedrag kent. Boven het drempelinkomen begint de bijdrage geleidelijk af te bouwen.

Eigen bijdrage — Het deel van de kosten dat altijd voor eigen rekening blijft, ook bij recht op een toeslag. Een toeslag is een tegemoetkoming, geen volledige vergoeding.

Huurgrens — De maximale rekenhuur waarbij nog recht op huurtoeslag bestaat.

Kinderbijslag — De vaste bijdrage per kind via de Sociale Verzekeringsbank. Deze is niet inkomensafhankelijk en staat los van het kindgebonden budget.

Kindgebonden budget — De inkomensafhankelijke bijdrage voor ouders met kinderen tot 18 jaar, naast de kinderbijslag.

Begrippen M–Z

Maximumuurtarief — Het uurtarief tot waar de kinderopvangtoeslag een deel van de kosten vergoedt. Kosten boven dit tarief komen voor eigen rekening. Zie kinderopvangtoeslag.

Mijn toeslagen — De beveiligde online omgeving van de Belastingdienst waarin toeslagen worden aangevraagd, gewijzigd en stopgezet.

Nabetaling — Het bedrag dat alsnog wordt uitgekeerd wanneer bij de definitieve berekening blijkt dat het voorschot te laag was.

Peildatum — De vaste datum waarop een gegeven wordt vastgesteld. Voor de vermogenstoets is dat 1 januari van het berekeningsjaar.

Proefberekening — Een vrijblijvende berekening op belastingdienst.nl die een indicatie geeft van het recht en het bedrag, zonder dat het een aanvraag is.

Rekenhuur — De kale huur plus een beperkt deel van de servicekosten, gebruikt als basis voor de huurtoeslag.

Standaardpremie — Een door de overheid vastgesteld rekenbedrag voor de premie van de basisverzekering, dat als basis dient voor de berekening van de zorgtoeslag. Het is niet de premie die de verzekeraar in rekening brengt.

Terugvordering — Het terug te betalen bedrag wanneer bij de definitieve berekening blijkt dat er te veel voorschot is uitbetaald. Zie toeslagen terugbetalen.

Toeslagpartner — De persoon van wie het inkomen en vermogen meetellen voor de toeslagen. Zie toeslagpartner.

Toetsingsinkomen — Het verzamelinkomen over het hele jaar dat bepaalt of er recht op een toeslag bestaat en hoe hoog die is. Bij een toeslagpartner gaat het om het gezamenlijke bedrag. Een overzicht staat bij de inkomensgrenzen.

Verzamelinkomen — Het totaal van het inkomen van één persoon uit box 1, 2 en 3. Het toetsingsinkomen is opgebouwd uit de verzamelinkomens van de aanvrager en een eventuele toeslagpartner.

Vermogenstoets — De toets of het vermogen in box 3 op 1 januari onder de grens blijft. Zie vermogen en toeslagen.

Voorschot — Toeslagen worden vooraf als voorschot uitbetaald en na afloop van het jaar definitief vastgesteld.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen rekenhuur en kale huur?
De kale huur is de huur zonder servicekosten. De rekenhuur is de kale huur plus een beperkt deel van de servicekosten dat meetelt voor de huurtoeslag. Alleen de rekenhuur tot de huurgrens telt mee in de berekening.
Wat betekent toetsingsinkomen?
Het toetsingsinkomen is het verzamelinkomen over het hele kalenderjaar, inclusief dat van een eventuele toeslagpartner. Dit bedrag bepaalt of er recht op een toeslag bestaat en hoe hoog die is.
Wat is de peildatum voor het vermogen?
Voor de vermogenstoets is het vermogen in box 3 op 1 januari van het berekeningsjaar bepalend. Een hoog saldo op die ene datum kan het recht voor het hele jaar laten vervallen.
Wat is een voorschot bij toeslagen?
Toeslagen worden vooraf als voorschot uitbetaald op basis van een geschat jaarinkomen. Na afloop van het jaar wordt het definitieve bedrag berekend, wat kan leiden tot een nabetaling of een terugvordering.
Wat is het verschil tussen verzamelinkomen en toetsingsinkomen?
Het verzamelinkomen is het totaal van de inkomens uit box 1, 2 en 3 van één persoon. Het toetsingsinkomen voor de toeslagen is het verzamelinkomen over het hele jaar, samengeteld met dat van een eventuele toeslagpartner.
Wat betekent de definitieve berekening?
De definitieve berekening is de afrekening na afloop van het jaar, op basis van het werkelijke inkomen. Daarmee komt vast te staan of het uitgekeerde voorschot juist was, te hoog (terugvordering) of te laag (nabetaling).

Gerelateerde onderwerpen