Huurtoeslagregels 2026
Een overzicht van de regels die in 2026 gelden voor de huurtoeslag: de huurgrens, de vermogenstoets en de leeftijds- en inkomensregels.

De huurtoeslagregels worden elk jaar opnieuw vastgesteld. Voor 2026 gelden de onderstaande uitgangspunten. De exacte bedragen worden door de Belastingdienst gepubliceerd en in de proefberekening verwerkt.
De huurgrens
Recht op huurtoeslag bestaat alleen als de rekenhuur niet boven de huurgrens van 2026 uitkomt. De huurgrens is een jaarlijks vastgesteld maximum. Voor huurders onder de 23 jaar geldt in beginsel een lagere grens, met een uitzondering wanneer er een kind in het huishouden woont.
De vermogensgrens
Voor 2026 geldt een vermogenstoets: het vermogen in box 3 op 1 januari 2026 mag niet boven de grens liggen. Voor een toeslagpartner geldt een hogere gezamenlijke grens. Meer hierover staat op vermogen en toeslagen.
Leeftijd en woning
De aanvrager is 18 jaar of ouder, huurt een zelfstandige woning en staat op het adres ingeschreven. Deze basisvoorwaarden zijn in 2026 ongewijzigd ten opzichte van eerdere jaren.
Zelfstandige woning als kernvoorwaarde
De huurtoeslag is gekoppeld aan een zelfstandige woning: een woonruimte met een eigen toegang die van binnenuit kan worden afgesloten, en met een eigen keuken en toilet. Een kamer in een studentenhuis met gedeelde voorzieningen of een onzelfstandige wooneenheid valt daar in beginsel buiten. Voor een beperkt aantal aangewezen woonvormen — bijvoorbeeld bepaalde begeleide woonvormen — bestaat een uitzondering. Omdat de beoordeling per woning verschilt, is het type huurovereenkomst hier bepalend. De algemene uitleg over deze voorwaarde staat bij de huurtoeslag.
Hoe de regels jaarlijks worden herzien
De huurtoeslagregels liggen niet voor altijd vast. Elk jaar worden de bedragen — de huurgrens, de basishuur en de vergoedingspercentages — opnieuw vastgesteld, meestal in samenhang met de loon- en prijsontwikkeling. De structuur van de regeling blijft daarbij doorgaans gelijk: een eigen bijdrage, een vergoeding over de huurdelen tot de huurgrens en een geleidelijke afbouw bij oplopend inkomen. Wat van jaar tot jaar verschuift, zijn vooral de exacte grensbedragen. Daardoor kan een huishouden dat het ene jaar nét buiten de boot viel, het volgende jaar wél in aanmerking komen, en omgekeerd. Het loont dus om de berekening jaarlijks te herhalen in plaats van uit te gaan van een eerdere uitkomst.
Inkomen
De toeslag bouwt geleidelijk af naarmate het toetsingsinkomen stijgt. Er is geen harde inkomensgrens met een scherpe rand. Zie de inkomensgrenzen voor de systematiek.
Let op: de concrete bedragen voor 2026 — huurgrens, basishuur en vermogensgrens — worden jaarlijks bijgesteld. Raadpleeg de actuele bedragen via de proefberekening van de Belastingdienst.
Berekening
Hoe deze regels samen het toeslagbedrag bepalen, staat uitgelegd op de pagina huurtoeslag berekenen.
Uitzonderingen en overgangssituaties
Naast de hoofdregels gelden enkele uitzonderingen die in de praktijk belangrijk zijn. Wie de huurtoeslag al ononderbroken ontving, kan onder voorwaarden recht houden ook als de rekenhuur boven de actuele huurgrens uitkomt; dit is de zogenoemde verworven-rechtensituatie. Voor jongeren onder de 23 jaar geldt de lagere grens niet wanneer er een kind in het huishouden woont. En bij een onzelfstandige woning bestaat in de regel geen recht, met een beperkte uitzondering voor aangewezen woonvormen. Omdat deze situaties per geval verschillen, is de proefberekening van de Belastingdienst de betrouwbaarste manier om vast te stellen wat in 2026 van toepassing is.
De actuele grensbedragen controleren
Op deze pagina staan de uitgangspunten van de regeling, niet de exacte euro’s. Dat is bewust: zou een vast bedrag worden genoemd, dan zou dat al verouderd zijn zodra de nieuwe jaarcijfers verschijnen. De geldende huurgrens, basishuur en vermogensgrens worden door de Belastingdienst gepubliceerd en automatisch toegepast in de proefberekening. Wie wil weten of de eigen situatie binnen de grenzen van 2026 valt, voert daar de eigen gegevens in en ziet meteen het resultaat. Vervolgens kan de toeslag worden aangevraagd. Verandert er gedurende het jaar iets aan de huur, het inkomen of het vermogen, dan hoort die wijziging te worden doorgegeven, zodat het voorschot blijft kloppen.