Vermogen en de toeslagen: waar ligt de grens?
Naast het inkomen geldt voor de meeste toeslagen een vermogenstoets. Spaargeld en ander vermogen op 1 januari mogen niet boven de grens in box 3 liggen.

Bij de toeslagen is niet alleen het inkomen van belang, maar ook het vermogen. De vermogenstoets bepaalt mede of er recht op een toeslag bestaat.
Wat is de vermogenstoets?
De vermogenstoets kijkt naar het vermogen in box 3 — spaargeld, beleggingen en ander vermogen minus schulden — op de peildatum van 1 januari. Ligt dat vermogen boven de grens, dan vervalt het recht op de betreffende toeslag voor dat hele jaar.
Welke toeslagen kennen een grens?
- De huurtoeslag kent een vermogensgrens.
- De zorgtoeslag kent een vermogensgrens.
- Het kindgebonden budget kent een vermogensgrens.
- De kinderopvangtoeslag kent géén vermogensgrens.
Wat telt als vermogen?
Het vermogen voor de toeslagen sluit aan op het box 3-vermogen uit de inkomstenbelasting. Daartoe horen kwalitatief gezien onder meer:
- spaargeld op betaal- en spaarrekeningen;
- beleggingen, zoals aandelen en obligaties;
- een tweede woning of een andere onroerende zaak die niet als hoofdverblijf dient;
- contant geld en vorderingen boven een bepaalde drempel.
Schulden mogen voor een deel in mindering worden gebracht. De eigen woning waarin iemand zelf woont, met de bijbehorende hypotheek, valt nadrukkelijk niet onder box 3 maar onder box 1, en telt dus niet mee voor de vermogenstoets. Wel kan spaargeld dat bedoeld is om de hypotheek af te lossen op de peildatum meetellen, omdat het op dat moment gewoon op de rekening staat.
De peildatum
Bepalend is het vermogen op 1 januari. Een tijdelijk hoog saldo op die datum — bijvoorbeeld door een erfenis of de verkoop van een bezit kort daarvoor — kan het recht voor het hele jaar laten vervallen, ook als het vermogen later in het jaar weer daalt.
De grensbedragen worden jaarlijks vastgesteld en verschillen voor alleenstaanden en huishoudens met een toeslagpartner. Raadpleeg de actuele bedragen bij de Belastingdienst.
Alleenstaand of met een toeslagpartner
Voor de vermogenstoets maakt het uit of iemand alleenstaand is of een toeslagpartner heeft. Een alleenstaande wordt getoetst aan een individuele vermogensgrens. Bij een toeslagpartner geldt een hogere, gezamenlijke grens en wordt het vermogen van beide partners bij elkaar opgeteld. Het gezamenlijke saldo op spaarrekeningen, beleggingen en overige bezittingen wordt dan in één keer aan die hogere grens getoetst. Dat betekent dat een partner met eigen spaargeld het gezamenlijke vermogen kan optillen, maar dat de ruimere drempel daar deels tegenover staat. Net als bij de inkomensgrenzen is het daarom verstandig de hele huishoudsituatie te bekijken en niet alleen het eigen aandeel.
Samenhang met het inkomen
De vermogenstoets staat naast de inkomenstoets. Beide moeten kloppen: ook bij een laag inkomen is er geen recht als het vermogen boven de grens ligt. Dit geldt het sterkst voor de huurtoeslag en de zorgtoeslag, waar zowel een inkomens- als een vermogensgrens van toepassing is. Iemand met een bescheiden inkomen maar een fors spaarsaldo kan zo buiten de boot vallen, terwijl het inkomen op zichzelf binnen de grenzen zou blijven. Zie ook de inkomensgrenzen voor de werking van het toetsingsinkomen.
Een tijdelijk hoog vermogen op de peildatum
Omdat alleen het vermogen op 1 januari telt, kan een eenmalige gebeurtenis rond de jaarwisseling onbedoeld het recht op toeslag laten vervallen. Een erfenis, de verkoop van een woning of een spaaractie die net voor 1 januari op de rekening staat, kan het vermogen boven de grens duwen — ook als het geld later in het jaar weer wordt uitgegeven of geïnvesteerd. Wie zo’n situatie ziet aankomen, doet er goed aan de gevolgen vooraf in te schatten. In uitzonderlijke gevallen, zoals vermogen dat voortkomt uit een nabetaling van de overheid, bestaat een regeling om dat bedrag op verzoek buiten beschouwing te laten; informatie daarover staat bij de Belastingdienst.