Kindgebonden budget: bijdrage voor ouders met kinderen
Het kindgebonden budget is een maandelijkse bijdrage voor ouders met kinderen tot 18 jaar, naast de kinderbijslag. Het wordt vaak automatisch toegekend op basis van bekende gegevens.

Het kindgebonden budget is een van de vier toeslagen en ondersteunt ouders met de kosten van kinderen. Het staat los van de kinderbijslag maar bouwt er wel op voort.
Wat is het kindgebonden budget?
Het kindgebonden budget is een maandelijkse, inkomensafhankelijke bijdrage voor ouders met een of meer kinderen tot 18 jaar. De hoogte hangt af van het inkomen, het aantal kinderen en de leeftijd van de kinderen. Voor alleenstaande ouders geldt een extra verhoging.
Het kindgebonden budget is bedoeld als ondersteuning bij de algemene kosten van het opvoeden van kinderen. Anders dan de kinderopvangtoeslag, die specifiek de kosten van opvang vergoedt, kent het kindgebonden budget geen voorwaarde dat de ouders werken of opvang gebruiken. De bijdrage richt zich op huishoudens met een lager of middeninkomen en wordt maandelijks uitgekeerd zolang aan de voorwaarden wordt voldaan.
Relatie met de kinderbijslag
De kinderbijslag wordt uitgekeerd door de Sociale Verzekeringsbank en is voor iedereen met kinderen gelijk, ongeacht inkomen. Het kindgebonden budget komt daar bovenop en is juist wél inkomensafhankelijk. Wie kinderbijslag ontvangt, komt vaak automatisch in beeld voor het kindgebonden budget. De twee regelingen vullen elkaar dus aan: de kinderbijslag als vaste basisbijdrage en het kindgebonden budget als aanvullende, inkomensafhankelijke ondersteuning. Omdat de gegevens over kinderen al bekend zijn via de kinderbijslag, hoeft het kindgebonden budget in veel gevallen niet apart te worden aangevraagd.
Voorwaarden
- Een of meer kinderen tot 18 jaar in het huishouden.
- Het toetsingsinkomen ligt niet boven de grens; de bijdrage bouwt af bij een hoger inkomen.
- Het vermogen in box 3 ligt onder de grens. Zie vermogen en toeslagen.
Let op: na een wijziging in de gezinssituatie — een kind dat 18 wordt, een nieuwe toeslagpartner of een inkomensverandering — kan het bedrag wijzigen. Controleer dit in Mijn toeslagen.
Invloed van inkomen en vermogen
Het kindgebonden budget is inkomensafhankelijk en bouwt geleidelijk af naarmate het toetsingsinkomen stijgt. Tot een bepaald inkomen geldt het volledige bedrag; daarboven neemt de bijdrage stapsgewijs af. Welk inkomen als toetsingsinkomen geldt, is het verzamelinkomen over het hele jaar, inclusief dat van een eventuele toeslagpartner. De inkomensgrenzen geven hiervan een overzicht.
Naast het inkomen geldt een vermogenstoets. Ligt het box 3-vermogen op 1 januari boven de grens, dan vervalt het recht voor dat jaar, ongeacht het inkomen. Omdat de afbouwpercentages en grensbedragen jaarlijks worden vastgesteld, geeft een actuele proefberekening bij de Belastingdienst het meest betrouwbare beeld van het te verwachten bedrag.
Extra bedrag voor alleenstaande ouders
Voor een ouder die geen toeslagpartner heeft, geldt een verhoging boven op het reguliere kindgebonden budget. Deze verhoging erkent dat een eenoudergezin de kosten van de kinderen op één inkomen draagt. Komt er een toeslagpartner in beeld — bijvoorbeeld door samenwonen — dan vervalt de verhoging en wordt voortaan het gezamenlijke toetsingsinkomen beoordeeld. Of iemand als toeslagpartner geldt, wordt bepaald aan de hand van vaste criteria, die nader staan toegelicht op de pagina over de toeslagpartner.
Samenhang met andere toeslagen
Het kindgebonden budget staat naast de andere regelingen die ouders kunnen ontvangen. Wie kinderopvang gebruikt, kan tegelijkertijd recht hebben op kinderopvangtoeslag; die regeling vergoedt de opvangkosten, terwijl het kindgebonden budget een algemene bijdrage in de kosten van kinderen is. Daarnaast kan een huishouden afhankelijk van de woonsituatie en zorgkosten ook huurtoeslag of zorgtoeslag ontvangen. Elke toeslag heeft een eigen toets, maar het toetsingsinkomen en de vermogenstoets werken bij meerdere regelingen op vergelijkbare wijze. De gedeelde begrippen worden uitgelegd in de begrippenlijst.
Wijzigingen tijdens het jaar
Omdat het kindgebonden budget als voorschot wordt uitbetaald, kunnen veranderingen tijdens het jaar het bedrag beïnvloeden. Een kind dat 18 wordt, een verandering in het inkomen of het ontstaan of eindigen van een partnerschap werkt door in de hoogte van de bijdrage. Na afloop van het jaar wordt het bedrag, net als bij de andere toeslagen, definitief berekend op basis van het werkelijke toetsingsinkomen. Was het voorschot te hoog, dan volgt een terugvordering; was het te laag, dan volgt een nabetaling. Het tijdig doorgeven van wijzigingen houdt het voorschot zo dicht mogelijk bij de werkelijkheid.
Aanvragen
Vaak hoeft het kindgebonden budget niet apart te worden aangevraagd en volgt het automatisch. Is dat niet het geval, dan kan het via Mijn toeslagen worden aangevraagd; zie toeslag aanvragen. Het inkomen en de huishoudsamenstelling van een eventuele toeslagpartner tellen mee.