Inkomensgrenzen en het toetsingsinkomen
Voor elke toeslag is het inkomen bepalend. Op deze pagina staat hoe het toetsingsinkomen wordt berekend en hoe de inkomensgrenzen de hoogte van de toeslag beïnvloeden.

Het inkomen is bij alle toeslagen de belangrijkste factor. Het bepaalt of er recht bestaat en hoe hoog de toeslag uitvalt.
Wat telt als inkomen?
Voor de toeslagen wordt gekeken naar het toetsingsinkomen: het verzamelinkomen over het hele kalenderjaar. Dat omvat inkomen uit werk en woning, een eventuele uitkering en andere belaste inkomsten. Bij een toeslagpartner worden beide inkomens samengeteld.
Jaarinkomen, niet het maandloon
Een veelgemaakte vergissing is dat het loon van één maand bepalend zou zijn. Dat is niet zo. De toeslagen rekenen met het verzamelinkomen over het gehele kalenderjaar, zoals dat uiteindelijk op de definitieve aanslag inkomstenbelasting komt te staan. Een maand met overwerk of juist met minder uren middelt daardoor weg tegen de overige maanden. Dat betekent ook dat het inkomen pas na afloop van het jaar precies vaststaat. Tijdens het jaar werkt de Belastingdienst met een schatting; op basis daarvan wordt het maandelijkse voorschot bepaald. Pas wanneer de definitieve inkomensgegevens binnen zijn, volgt de eindafrekening, waarbij te veel of te weinig ontvangen toeslag wordt verrekend. Wie dit ritme begrijpt, kan beter inschatten waarom een toeslag soms achteraf wordt bijgesteld.
Geleidelijke afbouw
Bij de meeste toeslagen is er geen scherpe inkomensgrens meer waarboven het recht plotseling vervalt. In plaats daarvan bouwt de toeslag geleidelijk af naarmate het inkomen stijgt. Daardoor kan een klein verschil in inkomen een klein verschil in toeslag betekenen, in plaats van het volledig wegvallen ervan.
Verschillen per toeslag
Elke toeslag heeft eigen grenzen en afbouwregels:
- de zorgtoeslag kent een maximaal toetsingsinkomen per huishoudtype;
- de huurtoeslag combineert het inkomen met de huurhoogte;
- de kinderopvangtoeslag gebruikt het inkomen om het vergoedingspercentage te bepalen;
- het kindgebonden budget bouwt af bij een hoger inkomen.
Omdat elke regeling zijn eigen systematiek volgt, kan het voorkomen dat een huishouden voor de ene toeslag nog wel in aanmerking komt en voor de andere niet meer. Eén algemeen inkomensbedrag dat voor alle toeslagen tegelijk geldt, bestaat dus niet.
Alleenstaand of met een toeslagpartner
Het verschil tussen een alleenstaande en een huishouden met een toeslagpartner is groot. Bij een toeslagpartner worden beide inkomens bij elkaar opgeteld tot één gezamenlijk toetsingsinkomen. Daar staat tegenover dat voor huishoudens met een partner doorgaans hogere gezamenlijke grenzen gelden dan voor alleenstaanden. Het is dus niet zo dat twee inkomens automatisch nadelig uitpakken: de hogere drempel houdt daar deels rekening mee. Wel kan een tweede inkomen ervoor zorgen dat het gezamenlijke totaal boven de afbouwzone uitkomt, waardoor de toeslag lager wordt of vervalt. Naast het inkomen speelt ook het vermogen een rol; ook daarvoor geldt een afzonderlijke, hogere grens wanneer er een toeslagpartner is.
Omdat de grensbedragen jaarlijks worden bijgesteld, geeft alleen een actuele proefberekening bij de Belastingdienst een betrouwbaar beeld voor een specifieke situatie.
Inkomen schatten
Bij de aanvraag wordt een schatting van het jaarinkomen opgegeven. Een realistische schatting voorkomt dat het voorschot te hoog of te laag uitvalt. Wijzigt het inkomen tijdens het jaar, geef dat dan door via Mijn toeslagen.
Het inkomen schatten en bijstellen
Bij de aanvraag wordt een schatting van het jaarinkomen opgegeven, en op basis daarvan wordt het voorschot bepaald. Verandert het inkomen tijdens het jaar — door een nieuwe baan, meer of minder uren, of een uitkering — dan is het belangrijk de schatting bij te stellen via Mijn toeslagen. Een te lage schatting leidt tot een terugvordering, een te hoge tot een lager voorschot dan waar recht op bestaat. Houd er rekening mee dat ook eenmalige inkomsten, zoals een ontslagvergoeding of de afkoop van een klein pensioen, het toetsingsinkomen verhogen en zo het recht op toeslag in dat jaar kunnen beïnvloeden.