Toetsingsinkomen berekenen: verzamelinkomen, toeslagpartner en medebewoners
Toetsingsinkomen berekenen begint bij het verzamelinkomen. Het toetsingsinkomen bepaalt of er recht op een toeslag bestaat en hoe hoog die is. Het is niet het maandloon en ook niet het nettoloon, maar het verzamelinkomen over een heel kalenderjaar — van de aanvrager en van een eventuele toeslagpartner samen.

Het toetsingsinkomen is de rekengrootheid waarmee Dienst Toeslagen bepaalt of er recht op een toeslag bestaat en hoe hoog het voorschot wordt. Bijna elke vraag over “waarom krijg ik minder dan mijn buren” is uiteindelijk een vraag over dit getal.
Wat het toetsingsinkomen is: het verzamelinkomen
Voor de meeste mensen is het toetsingsinkomen gelijk aan het verzamelinkomen: de optelsom van het belastbaar inkomen uit box 1 (werk en woning), box 2 (aanmerkelijk belang) en box 3 (sparen en beleggen). Het gaat om het inkomen ná aftrekposten maar vóór heffingskortingen.
Wie geen aangifte inkomstenbelasting doet, heeft geen verzamelinkomen. In dat geval wordt uitgegaan van het belastbare loon zoals dat op de jaaropgaaf staat. Voor de meeste werknemers komt dat op vrijwel hetzelfde neer.
Drie misverstanden over het toetsingsinkomen en de toeslagpartner
Het eerste misverstand is dat het om het maandloon gaat. Dat is niet zo: het toetsingsinkomen loopt over een heel kalenderjaar. Vakantiegeld, een dertiende maand, een bonus en een nabetaling tellen allemaal mee. Twaalf maal het maandloon is daarom vrijwel altijd te laag geschat.
Het tweede is dat het om het nettoloon gaat — het bedrag dat daadwerkelijk op de rekening komt. Ook dat klopt niet; het gaat om het belastbare bedrag, dat hoger ligt.
Het derde is dat het inkomen van een partner los staat. Is er een toeslagpartner, dan worden beide inkomens bij elkaar opgeteld en getoetst aan één grens. Dat verklaart waarom een toeslag kan vervallen zonder dat het eigen inkomen is veranderd: het inkomen van de ander is gestegen, of er is een partner bijgekomen.
Wanneer medebewoners meetellen
Er is één regeling waarbij het verder gaat dan de aanvrager en de partner. Bij de huurtoeslag telt ook het inkomen van medebewoners mee — andere volwassenen die op het adres staan ingeschreven en geen toeslagpartner zijn. Voor een inwonend kind gelden aparte regels, afhankelijk van de leeftijd.
Voor de zorgtoeslag, de kinderopvangtoeslag en het kindgebonden budget speelt dat niet: daar blijft het bij de aanvrager en de eventuele toeslagpartner. Wie een kamer verhuurt of een huisgenoot heeft, kan dus wel het recht op huurtoeslag zien veranderen, maar niet dat op zorgtoeslag.
Toetsingsinkomen berekenen: optellen
De rekenhulp hieronder doet één ding: de ingevoerde bedragen bij elkaar optellen, op dezelfde manier als bij het bepalen van het toetsingsinkomen. Er wordt niets verzonden en niets opgeslagen; het rekenwerk gebeurt in de eigen browser.
Wat de rekenhulp níét doet, is bepalen of er recht op een toeslag bestaat. Daarvoor is naast het inkomen ook het vermogen op 1 januari nodig, plus de gegevens van de specifieke regeling — de huur, het aantal opvanguren of het aantal kinderen. De inkomensgrenzen laten zien waar de grenzen per regeling ongeveer liggen; de proefberekening van de Belastingdienst geeft het bindende antwoord.
Een schatting die het hele jaar meegaat
Omdat een toeslag vooruit wordt betaald op basis van een schatting, is het toetsingsinkomen aan het begin van het jaar een voorspelling en pas aan het eind een feit. Een schatting die te laag is, levert een te hoog voorschot op en daarmee een terugvordering; een schatting die te hoog is, kost het hele jaar geld dat pas later wordt nabetaald.
Praktisch werkt het daarom het beste om bij elke verandering die het jaarinkomen structureel raakt — een nieuwe baan, meer of minder uren, het wegvallen van een inkomen — de schatting meteen bij te stellen in plaats van te wachten tot de jaarafrekening. De betalingen passen zich dan aan vanaf de eerstvolgende betaaldatum.
Toetsingsinkomen berekenen
Het toetsingsinkomen is het verzamelinkomen — box 1, box 2 en box 3 bij elkaar opgeteld — van de aanvrager en van een eventuele toeslagpartner, en voor de huurtoeslag ook dat van medebewoners. Vul de bedragen over een heel jaar in.
Deze uitkomst is een optelling van de ingevoerde bedragen en dient ter oriëntatie. Het bedrag wordt niet verzonden of opgeslagen — de berekening gebeurt volledig in de eigen browser. Of er recht op een toeslag bestaat en om welk bedrag het gaat, volgt uit de proefberekening van de Belastingdienst.